Over evendit.nl en disclaimer
Auteursrecht * Privacy en cookies
Door het gebruik van deze site ga je akkoord met cookies

Dwarsfluit en gebit

 
Voor het laatst aangepast op 14 mei 2016;
 Dwarsfluit  
apr 252016
 

Stel, je wilt graag dwarsfluit leren spelen, maar je weet niet of jouw gebit op dat punt een probleem geeft. Aan welke fysieke eisen moet je gebit voldoen als je wilt dwarsfluiten? Hoe zit het met zeer lange of een of meer missende voortanden ? Of als je een of meer wiebelende tanden of een scheef gebit hebt? Of als je kampt met een overbeet of onderbeet of een orthodontische beugel draagt? Kun je goed leren dwarsfluiten met een kunstgebit? Welke oplossingen bestaan er voor eventuele problemen?

Je gebit en mooie tonen uit je dwarsfluit

In tegenstelling tot bij veel andere blaasinstrumenten is de vorm en de staat van je gebit meestal geen probleem om mooie tonen uit je dwarsfluit te kunnen krijgen.

Door auteur gemaakte foto van lipplaat (oftewel mondplaat) met deel van de kop van een massief zilveren Armstrong dwarsfluit

Lipplaat met mondgat op kop van dwarsfluit

Achtereenvolgens vind je een bespreking van de volgende punten.

Zeer lange voortanden en de dwarsfluit

Bij het fluitspelen hoort de bovenlip de boventanden te bedekken. Lukt dat jou toch nog goed, dan kun je ondanks je lange voortanden toch dwarsfluit leren spelen.

Overbeet of uitstekende voortanden en de dwarsfluit

Een lichte overbeet is in wezen een voordeel, aangezien de luchtstroom op natuurlijke wijze omlaag in de richting van de buitenrand van de mondplaat wordt gestuurd.

Bij een extreme overbeet kun je met je bovenlip niet normaal je boventanden bedekken, maar moet je de bovenlip daartoe omlaag trekken. Daarnaast kan het nodig zijn dat je de terugwijkende onderkaak iets naar voren moet brengen.

Het spelen van lage tonen kan door een extreme overbeet zeer moeilijk zijn, omdat het je dan grote inspanning kost om de luchtstroom schuin omlaag te richten. Het ver naar voren moeten brengen van je onderkaak, kan blessures opleveren.

Onderbeet of naar voren stekende onderkaak en de dwarsfluit

Een onderbeet is een reëel nadeel als je wilt leren dwarsfluiten. Steekt je onderkaak te veel naar voren? Dan kun je proberen (zonder te forceren!) de kaak iets naar achteren te trekken en daarbij de onderlip te strekken en zo plat mogelijk tegen de tanden te drukken. Daarbij zou de fluit dan iets hoger dan gebruikelijk tegen de kin komen te rusten.

Fluitdocenten kunnen leerlingen met een lichte onderbeet helpen met het vinden van een goede embouchure. Het spelen van dwarsfluit met een sterke onderbeet wordt meestal afgeraden.

Wiebelende tanden en de dwarsfluit

De fluit heeft als groot voordeel boven de dwarsfluit of klarinet dat er vrijwel geen sprake is van druk van het instrument op het ondergebit. En er is helemaal geen druk op het bovengebit, aangezien elk contact van de voortanden met de fluit ontbreekt. Daarom vormen enigszins wiebelige of losse tanden meestal geen probleem voor het spelen op de dwarsfluit.

Een wiebelende of losse tand is met het oog op de gezondheid van je gebit wel een reden om je tandarts te consulteren.

Scheve tanden en de dwarsfluit

Misschien heb je totaal geen hinder van scheve ondertanden bij het spelen. Dat is een kwestie van proberen, bijvoorbeeld tijdens een proefles dwarsfluit.

Heb je wel hinder van je scheef gebit? Dan helpt het mogelijk om de hoek van de fluit te veranderen door je rechterarm wat verder naar binnen of naar buiten te draaien.
Zolang je scheve boventanden je niet verhinderen om die met je bovenlip omheen te bedekken, kun je waarschijnlijk normaal fluit leren spelen.

Een gat of spleet tussen de voortanden of een wisselgebit

Heb je een gat of spleet tussen je voortanden? Maar is het goed mogelijk om met de bovenlip normaal de boventanden te bedekken? Dan is het, ondanks eventuele ontbrekende elementen in het bovengebit, goed mogelijk om fluit te leren spelen.

Ook kinderen met melktanden of een wisselgebit kunnen aan de fluit beginnen. Wel is de toon tijdelijk vaak wat minder fraai, omdat de embouchure zich telkens aan de wisselende vorm van de mond moet aanpassen.

Orthodontische beugel en de dwarsfluit

Speel je al dwarsfluit en krijg je binnenkort een vaste, orthodontische beugel om je tanden? Dan moet je er rekening mee houden dat je een tijdje minder goed op de fluit klinkt, dan je gewend bent.

Omdat de orthodontische beugel ruimte tussen de tanden en de lip inneemt, moet je je embouchure aanpassen aan de beugel. Je fluitleraar kan jou helpen met het opnieuw vinden van de beste plaatsing van de fluit aan je mond.

Op zich kun je dus wel gewoon doorgaan met het fluit spelen, al zal je enige tijd wat minder vooruitgang boeken dan anders. A
ls je orthodontische beugelbehandeling voltooid is, heb je waarschijnlijk weer even wat tijd nodig om aan een nieuwe embouchure te wennen.

Als je een beugel draagt en met de dwarsfluit wil gaan beginnen, houd er dan rekening mee dat het spelen wat lastiger is of dat het wat langer duurt om een mooie toon aan te leren dan als je zonder beugel aan de dwarsfluit zou willen beginnen. En als de beugel weer uit mag omdat je tanden weer mooi recht staan, krijg je te maken met opnieuw aanleren van een goede embouchure.

Om je lipplaat te beschermen tegen contact met de beugel, kun je bijvoorbeeld denken aan de Yamaha ‘lip plate patch’. Er zitten 15 van die mondstukplakkers in een pakje en ze gaan lang mee. Je kunt de plakker later gemakkelijk weer van de mondplaat verwijderen, zonder dat er lijmresten achterblijven.

Kunstgebit en de dwarsfluit

Een al dan niet complete of gedeeltelijke prothese in de vorm van een frame of plaatje vormt doorgaans geen belemmering voor het dwarsfluiten. Omdat het muziekinstrument slechts zeer licht tegen de kin rust, is er nauwelijks sprake van enige druk op het kunstgebit.

De dwarsfluit en de vorm van je lippen

Bij een ‘moeilijk’ gebit is ook de vorm van je lippen soms anders dan gebruikelijk. Meestal is dat geen enkel probleem, ook niet als je mond wat scheef is. Lees hierover meer in het artikel over de vorm van je lippen en de dwarsfluit.

Een eerdere versie van dit artikel werd op 29 oktober 2011 door de auteur, An Schrijfstra, gepubliceerd op Infonu.nl onder de titel: ‘Kun je ondanks jouw gebit goed leren dwarsfluiten?’

Dossier dwarsfluit

Dit artikel maakt deel uit van het dossier dwarsfluit.

Bronnen