Categorieën
Dwarsfluit

Dwarsfluit en gebit

Stel, je wilt graag dwarsfluit leren spelen, maar je weet niet of jouw gebit op dat punt een probleem geeft. Aan welke fysieke eisen moet je gebit voldoen als je wilt dwarsfluiten? Hoe zit het met zeer lange of een of meer missende voortanden ? Of als je een of meer wiebelende tanden of een scheef gebit hebt? Of als je kampt met een overbeet of onderbeet of een orthodontische beugel draagt? Kun je goed leren dwarsfluiten met een kunstgebit? Welke oplossingen bestaan er voor eventuele problemen?

Je gebit en mooie tonen uit je dwarsfluit

In tegenstelling tot bij veel andere blaasinstrumenten is de vorm en de staat van je gebit meestal geen probleem om mooie tonen uit je dwarsfluit te kunnen krijgen.

Door auteur gemaakte foto van lipplaat (oftewel mondplaat) met deel van de kop van een massief zilveren Armstrong dwarsfluit
Lipplaat met mondgat op kop van dwarsfluit

Achtereenvolgens vind je een bespreking van de volgende punten.

Zeer lange voortanden en de dwarsfluit

Bij het fluitspelen hoort de bovenlip de boventanden te bedekken. Lukt dat jou toch nog goed, dan kun je ondanks je lange voortanden toch dwarsfluit leren spelen.

Overbeet of uitstekende voortanden en de dwarsfluit

Een lichte overbeet is in wezen een voordeel, aangezien de luchtstroom op natuurlijke wijze omlaag in de richting van de buitenrand van de mondplaat wordt gestuurd.

Bij een extreme overbeet kun je met je bovenlip niet normaal je boventanden bedekken, maar moet je de bovenlip daartoe omlaag trekken. Daarnaast kan het nodig zijn dat je de terugwijkende onderkaak iets naar voren moet brengen.

Het spelen van lage tonen kan door een extreme overbeet zeer moeilijk zijn, omdat het je dan grote inspanning kost om de luchtstroom schuin omlaag te richten. Het ver naar voren moeten brengen van je onderkaak, kan blessures opleveren.

Onderbeet of naar voren stekende onderkaak en de dwarsfluit

Een onderbeet is een reëel nadeel als je wilt leren dwarsfluiten. Steekt je onderkaak te veel naar voren? Dan kun je proberen (zonder te forceren!) de kaak iets naar achteren te trekken en daarbij de onderlip te strekken en zo plat mogelijk tegen de tanden te drukken. Daarbij zou de fluit dan iets hoger dan gebruikelijk tegen de kin komen te rusten.

Fluitdocenten kunnen leerlingen met een lichte onderbeet helpen met het vinden van een goede embouchure. Het spelen van dwarsfluit met een sterke onderbeet wordt meestal afgeraden.

Wiebelende tanden en de dwarsfluit

De fluit heeft als groot voordeel boven de dwarsfluit of klarinet dat er vrijwel geen sprake is van druk van het instrument op het ondergebit. En er is helemaal geen druk op het bovengebit, aangezien elk contact van de voortanden met de fluit ontbreekt. Daarom vormen enigszins wiebelige of losse tanden meestal geen probleem voor het spelen op de dwarsfluit.

Een wiebelende of losse tand is met het oog op de gezondheid van je gebit wel een reden om je tandarts te consulteren.

Scheve tanden en de dwarsfluit

Misschien heb je totaal geen hinder van scheve ondertanden bij het spelen. Dat is een kwestie van proberen, bijvoorbeeld tijdens een proefles dwarsfluit.

Heb je wel hinder van je scheef gebit? Dan helpt het mogelijk om de hoek van de fluit te veranderen door je rechterarm wat verder naar binnen of naar buiten te draaien.
Zolang je scheve boventanden je niet verhinderen om die met je bovenlip omheen te bedekken, kun je waarschijnlijk normaal fluit leren spelen.

Een gat of spleet tussen de voortanden of een wisselgebit

Heb je een gat of spleet tussen je voortanden? Maar is het goed mogelijk om met de bovenlip normaal de boventanden te bedekken? Dan is het, ondanks eventuele ontbrekende elementen in het bovengebit, goed mogelijk om fluit te leren spelen.

Ook kinderen met melktanden of een wisselgebit kunnen aan de fluit beginnen. Wel is de toon tijdelijk vaak wat minder fraai, omdat de embouchure zich telkens aan de wisselende vorm van de mond moet aanpassen.

Orthodontische beugel en de dwarsfluit

Speel je al dwarsfluit en krijg je binnenkort een vaste, orthodontische beugel om je tanden? Dan moet je er rekening mee houden dat je een tijdje minder goed op de fluit klinkt, dan je gewend bent.

Omdat de orthodontische beugel ruimte tussen de tanden en de lip inneemt, moet je je embouchure aanpassen aan de beugel. Je fluitleraar kan jou helpen met het opnieuw vinden van de beste plaatsing van de fluit aan je mond.

Op zich kun je dus wel gewoon doorgaan met het fluit spelen, al zal je enige tijd wat minder vooruitgang boeken dan anders. A
ls je orthodontische beugelbehandeling voltooid is, heb je waarschijnlijk weer even wat tijd nodig om aan een nieuwe embouchure te wennen.

Als je een beugel draagt en met de dwarsfluit wil gaan beginnen, houd er dan rekening mee dat het spelen wat lastiger is of dat het wat langer duurt om een mooie toon aan te leren dan als je zonder beugel aan de dwarsfluit zou willen beginnen. En als de beugel weer uit mag omdat je tanden weer mooi recht staan, krijg je te maken met opnieuw aanleren van een goede embouchure.

Om je lipplaat te beschermen tegen contact met de beugel, kun je bijvoorbeeld denken aan de Yamaha ‘lip plate patch’. Er zitten 15 van die mondstukplakkers in een pakje en ze gaan lang mee. Je kunt de plakker later gemakkelijk weer van de mondplaat verwijderen, zonder dat er lijmresten achterblijven.

Kunstgebit en de dwarsfluit

Een al dan niet complete of gedeeltelijke prothese in de vorm van een frame of plaatje vormt doorgaans geen belemmering voor het dwarsfluiten. Omdat het muziekinstrument slechts zeer licht tegen de kin rust, is er nauwelijks sprake van enige druk op het kunstgebit.

De dwarsfluit en de vorm van je lippen

Bij een ‘moeilijk’ gebit is ook de vorm van je lippen soms anders dan gebruikelijk. Meestal is dat geen enkel probleem, ook niet als je mond wat scheef is. Lees hierover meer in het artikel over de vorm van je lippen en de dwarsfluit.

Een eerdere versie van dit artikel werd op 29 oktober 2011 door de auteur, An Schrijfstra, gepubliceerd op Infonu.nl onder de titel: ‘Kun je ondanks jouw gebit goed leren dwarsfluiten?’

Dossier dwarsfluit

Dit artikel maakt deel uit van het dossier dwarsfluit.

Bronnen

Categorieën
Dwarsfluit

Dwarsfluit en persoonlijkheid

De dwarsfluit is een favoriet muziekinstrument, zowel van kinderen als van volwassenen. Veel mensen beginnen aan dit blaasinstrument, maar het (leren) spelen erop wordt niet voor iedereen een blijvend succes.  Welke rol speelt de persoonlijkheid van de leerling? Hoe zit het bijvoorbeeld met verlegen of enigszins gesloten kinderen? Hoe denken wetenschappers en van ervaringsdeskundigen over de relatie tussen de dwarsfluit en de persoonlijkheid?

Dit artikel bestaat uit de volgende paragrafen.

Door auteur gemaakte foto van lipplaat (oftewel mondplaat) met deel van de kop van een massief zilveren Armstrong dwarsfluit
Lipplaat met mondgat op kop van dwarsfluit

Muziekinstrument en persoonlijkheid

Zowel bij wetenschappers als bij ervaringsdeskundigen leven er bepaalde opvattingen over de relatie tussen een muziekinstrument en de persoonlijkheid. Zo zouden bepaalde muziekinstrumenten opvallend vaak succesvol worden bespeeld door mensen met bepaalde karaktereigenschappen.

Ook zouden bepaalde kenmerken van mensen leiden tot een voorkeur voor een bepaald type instrumenten. Zo zouden sommige mensen van nature typische houtblazers, koperblazers, strijkers, tokkelaars, toetsenisten of slagwerkers zijn.

Aangezien het kopen van een instrument meestal een kostbare aangelegenheid is, is het van belang dat de aanschaf goed doordacht is. Hieronder wordt een en ander toegespitst op de relatie tussen de dwarsfluit en iemands persoonlijkheid.

Aantrekkingskracht van de dwarsfluit op verlegen of enigszins gesloten kinderen

Bij kinderen die zelf hun instrument mogen kiezen, is de dwarsfluit vooral populair bij en geschikt voor verlegen of enigszins gesloten kinderen. Deze opvatting leeft bij een aantal docenten schoolmuziek in de Verenigde Staten.

Volgens hen kiezen kinderen met de karaktertrekken ook relatief vaak voor een klarinet. Zij vermoeden dat deze voorkeur misschien te maken heeft met de relatief zachtere klanken van de dwarsfluit en klarinet in vergelijking tot luider klinkende instrumenten als de trompet of trombone. Hun ideeën worden grotendeels bevestigd door wetenschappelijk onderzoek naar houtblaasinstrumenten.

Onderzoek naar de relatie tussen persoonlijkheid en muziekinstrument

Gerenommeerde wetenschappers die de relatie tussen persoonlijkheid en muziekinstrument hebben onderzocht en over hun bevindingen hebben gepubliceerd, zijn bijvoorbeeld: Anthony Kemp (met The Musical Temperament: Psychology and Personality of Musicians) of Adrian C. North (met The Social Psychology of Music en Social and Applied Psychology of Music; boeken die hij samen met David John Hargreaves heeft geschreven. Daarnaast hebben nog tientallen anderen lezenswaardige publicaties over deze materie geschreven.

Over de wetenschappelijke inzichten met betrekking tot deze materie in het algemeen lees je meer in de artikelen over Muziekinstrument en persoonlijkheid en Blaasinstrumenten en persoonlijkheid.

De inzichten van Atarah Ben-Tovim en Douglas Boyd

Omslag van het boek 'Welk instrument past bij mijn kind: een handleiding voor ouders om het meest geschikte instrument voor hun kind te kiezen (geschreven door Atarah Ben-Tovim en Douglas Boyd)
Welk instrument past bij mijn kind? (bol.com)

Atarah Ben-Tovim, de bekende Engelse voormalige dwarsfluitiste en presentatrice van een aantal muziekprogramma’s schreef samen met haar partner Douglas Boyd een boek over de geschiktheid van bepaalde muziekinstrumenten voor een kind: The Right Instrument for Your Child. Bovengenoemd boek is in de Nederlandse taal verkrijgbaar als: Welk instrument past bij mijn kind? (bol.com)

Bij het leggen van de relatie tussen persoonlijkheid en muziekinstrument gaan Ben-Tovim en Boyd nog een stap verder dan de meeste wetenschappers die over deze materie hebben gepubliceerd.

In de ogen van Ben-Tovim en Boyd heeft de dwarsfluit een zekere aantrekkingskracht op verlegen en eenzame kinderen die op hun eigen gezelschap zijn gesteld. Deze soms wat dromerige of vergeetachtige leerlingen boeken goede vorderingen op de fluit. Zij kunnen zich op een bedaarde manier sociaal opstellen en genieten van het samenspel met andere kinderen in allerlei ensembles en orkesten.

Volgens de auteurs laten jongens van het machotype de fluit doorgaans links liggen, mogelijk omdat dit instrument in hun beleving idyllische associaties oproept.

Volgens publicaties van sommige wetenschappers vinden veel jongens dit instrument minder “stoer”, misschien vanwege de populariteit van het instrument onder meisjes.

Bij volwassen dwarsfluitisten zijn de mannen beter vertegenwoordigd. Misschien komt dit omdat jongens en mannen die wel voor de dwarsfluit kiezen, heel bewust voor dit instrument kiezen. Sommige meisjes kiezen voor de dwarsfluit omdat ze familie of vriendinnen hebben die ook dwarsfluit spelen.

Wisselwerking tussen dwarsfluit en persoonlijkheid

Uit wetenschappelijk onderzoek is een duidelijk verband gebleken tussen bepaalde persoonlijkheden en blijvend succes op een bepaald type muziekinstrument.

De indruk bestaat echter dat er niet alleen sprake is van een bepaalde persoonlijkheid die tot een bepaald type muziekinstrument wordt aangetrokken, maar ook dat het bespelen van een bepaald muziekinstrument invloed heeft op de persoonlijkheid, dat er als het ware dus sprake is van een wisselwerking.

Wie een muziekinstrument leert bespelen, werkt (wellicht ongemerkt) tegelijkertijd aan zijn zelfdiscipline en zelfvertrouwen. Bij samenspel in een orkestje, een band of muziekensemble worden daarnaast de sociale vaardigheden verder ontwikkeld. Op deze manier zou een van nature wat gesloten kind door in een muziekgroepje mee te gaan spelen, zijn verlegenheid leren overwinnen.

Als je voor jezelf of voor je kind een keuze maakt voor de dwarsfluit, kun je rekening houden met jouw of zijn karaktereigenschappen. Maar je zou ook bewust kunnen kiezen voor het verder ontwikkelen of trainen van bepaalde eigenschappen en vaardigheden zoals zelfdiscipline, zelfvertrouwen en samenwerking. De dwarsfluit is typisch een van die muziekinstrumenten die de nodige discipline bij het goed erop leren spelen vraagt, en die bovendien bijzonder goed in een samenspelsituatie tot zijn recht komt.

Een eerdere versie van dit artikel werd op 30 oktober 2011 door de auteur, An Schrijfstra, gepubliceerd op Infonu.nl onder de titel: ‘Past de dwarsfluit wel goed bij jouw persoonlijkheid?’

Dossier dwarsfluit

Dit artikel maakt deel uit van het dossier dwarsfluit. Kijk bijvoorbeeld ook eens in de artikelen Muziekinstrument en karakter  en/of Blaasinstrumenten en persoonlijkheid of Wat zegt muziek over jouw persoonlijkheid?

Bronnen

  • The Musical Temperament: Psychology and Personality of Musicians; Anthony Kemp; Oxford University Press
  • The Social Psychology of Music; David John Hargreaves, Adrian C. North; Oxford University Press
  • The Social and Applied Psychology of Music; David John Hargreaves, Adrian C. North; Oxford University Press
  • The Right Instrument for Your Child; a Practical Guide for Parents and Teachers; Atarah Ben-Tovim & Douglas Boyd; Gollancz
  • Musical Instrument Selection; s.n.; http://wik.ed.uiuc.edu/index.php/Musical_Instrument_Selection
Categorieën
Blokfluit Dwarsfluit Klarinet Musiceren algemeen Saxofoon

Blaasinstrumenten en persoonlijkheid

Voel je je aangetrokken tot houtblaasinstrumenten? Bijvoorbeeld tot houtblaasinstrumenten als de blokfluit, dwarsfluit, fagot, hobo, klarinet of saxofoon? Of misschien meer tot de koperblaasinstrumenten? Denk aan de bugel, cornet, trompet of trombone, of aan de esbas, besbas, eufonium of tuba of aan de hoorns. Wat heeft je persoonlijkheid te maken met je belangstelling en/of geschiktheid voor een bepaald houtblaasinstrument?

Dit artikel is opgebouwd uit de volgende paragrafen.

Omslag van het boek 'Welk instrument past bij mijn kind: een handleiding voor ouders om het meest geschikte instrument voor hun kind te kiezen (geschreven door Atarah Ben-Tovim en Douglas Boyd)
Welk instrument past bij mijn kind? (bol.com)

Muziekinstrument en persoonlijkheid algemeen

Vooral in Angelsaksische landen bestaan verschillende theorieën en opvattingen over de relatie tussen een muziekinstrument en de persoonlijkheid van de speler ervan in het algemeen. Meer hierover lees je in de artikelen Muziekinstrument en karakter en in Wat zegt muziek over jouw persoonlijkheid?

Houtblaasinstrumenten: van dwarsfluit of klarinet tot saxofoon, hobo of fagot

De dwarsfluit, klarinet, saxofoon, fagot en de hobo rekenen we tot de houtblaasinstrumenten. En dat geldt ook voor de blokfluit.  Verrassend genoeg worden de  dwarsfluit en de saxofoon ook tot de houtblaasinstrumenten gerekend. In het eerste geval omdat dwarsfluiten vroeger doorgaans van hout werden gemaakt en in het tweede geval, omdat het geluid door het blazen tegen een rietje tot stand komt).

Op een aantal houtblaasinstrumenten leert een kind al snel eenvoudige en leuke melodietjes te spelen. Dat werkt stimulerend op het kind zelf en is ook plezierig voor zijn (trotse) ouders.

Extraverte persoonlijkheden of mensen die snel resultaat willen zien, zijn daarom geneigd voor een houtblaasinstrument als de dwarsfluit, klarinet of de saxofoon te kiezen.

Voor de hobo en fagot is daarentegen flink wat geduld en inspanning nodig voordat de eerste melodieën er goed op willen klinken.

Volgens wetenschappelijk onderzoek zouden houtblazers, die in het orkest vaak tussen het spervuur van de andere instrumentalistensecties zitten, vaak introvert zijn, maar tegelijk over meer verbeeldingskracht beschikken.

Sommige onderzoekers rekenen de houtblazers tot de meegaande persoonlijkheden. Deze instrumentalisten spelen doorgaans graag in ensembles en orkesten en geven daar kleur aan.

Lees ook de artikelen over je karakter en de dwarsfluit en over je karakter en de klarinet.

Koperblaasinstrumenten: van bugel, cornet of trompet tot esbas, besbas eufonium of tuba

Bij de koperblaasinstrumenten maken we onderscheid tussen het scherpe koper en het zachte koper.

De trompet en de trombone behoren tot het scherpe koper. De cornet is eigenlijk een tussenvorm tussen het scherpe en het zachte koper, maar wordt bij een tweedeling doorgaans tot het scherpe koper gerekend.

De bugel, het eufonium, de tuba, de bariton, de esbas en de besbas behoren tot het zogenaamde zachte koper. De hoorns vormen een tussenvorm tussen het scherpe koper en het zachte koper, maar worden bij een tweedeling doorgaans tot het zachte koper gerekend.

Evenals als bij de meeste houtblaasinstrumenten is het ook bij veel ook bij koperinstrumenten mogelijk om al snel na de eerste lessen eenvoudige wijsjes te spelen.

Een extraverte persoonlijkheid of iemand die graag snel resultaten ziet, kan zich aangetrokken voelen tot een koperinstrument, omdat hij daarmee, net als op de meeste houtblaasinstrumenten al snel de eerste melodieën kan spelen.

Volgens verschillende onderzoeken onder kinderen zouden deze leerlingen impulsiever reageren, minder zelfdiscipline hebben en gevoeliger zijn voor groepsdruk dan bijvoorbeeld bij strijkers het geval is. Koperblazers zijn doorgaans sociaal ingesteld en spelen graag in ensembles en orkesten.

De trompet vormt samen met de trombone en de cornet de spontane keus van extraverte kinderen. Mogelijk houdt dit verband met het feit dat deze muziekinstrumenten relatief luid klinken, in vergelijking met zachte instrumenten zoals de dwarsfluit of klarinet.

Er bestaan denkbeelden over de verschillen in aantrekkingskracht van de verschillende koperinstrumenten die verband houden met het timbre en het volume van een bepaald type instrument of de rol van het instrument in het orkest, maar dat voert voor dit artikel te ver.

Een eerdere versie van dit artikel werd op 19 oktober 2011 door de auteur, An Schrijfstra, gepubliceerd op Infonu.nl onder de titel: ‘Muziekinstrument en persoonlijkheid’.

Dossier musiceren algemeen

Dit artikel maakt deel uit van het dossier musiceren. Kijk bijvoorbeeld ook eens in de artikelen Muziekinstrument en karakter en Wat zegt muziek over jouw persoonlijkheid?

Naast onderstaande bronnen heb ik gebruik gemaakt van mijn eigen jarenlange ervaringen als multi-instrumentalist.

Bronnen

  • The Musical Temperament: Psychology and Personality of Musicians; Anthony Kemp; Oxford University Press
  • The Social Psychology of Music; David John Hargreaves, Adrian C. North; Oxford University Press
  • The Social and Applied Psychology of Music; David John Hargreaves, Adrian C. North; Oxford University Press
  • The Right Instrument for Your Child; a Practical Guide for Parents and Teachers; Atarah Ben-Tovim & Douglas Boyd; Gollancz
  • Musical Instrument Selection; s.n.; http://wik.ed.uiuc.edu/index.php/Musical_Instrument_Selection (link werkt niet meer)
Categorieën
Dwarsfluit

Dwarsfluiten met dunne, dikke of asymmetrische lippen

Als je wilt leren dwarsfluiten, zit je misschien met de vraag of je lippen daarvoor wel geschikt zijn. Heb je dunne of juist dikke lippen of zelfs ongelijke lippen? Of staat je mond wat scheef? Wat is de beste plek voor de lipplaat van de dwarsfluit ten opzichte van je onderlip? En welke oplossingen bestaan er om ongeacht de vorm van je lippen dwarsfluit te leren spelen?

Dit artikel is opgebouwd uit de volgende paragrafen.

Hoe vorm je tonen op de dwarsfluit?

Door auteur gemaakte foto van lipplaat (oftewel mondplaat) met deel van de kop van een massief zilveren Armstrong dwarsfluit
Lipplaat met mondgat op kop van dwarsfluit

Je speelt op de dwarsfluit door de lucht niet rechtstreeks in het blaasgat van het mondstuk, maar schuin omlaag te blazen tegen de overstaande scherpe rand van de mondplaat (die ook wel lipplaat wordt genoemd). Daar op de rand van die plaat wordt de lucht gesplitst. Slechts ongeveer de helft van de lucht komt in het blaasgat zelf terecht. De rest gaat eroverheen.

Wat zijn geschikte lippen als je fluit wilt spelen?

De muziekdocenten zijn het niet allemaal met elkaar eens als het gaat om de vraag welke vorm van lippen ideaal is voor de fluit.

Het goede nieuws is dat bijna iedereen, welke vorm of dikte je lippen ook hebben, dwarsfluit kan leren spelen. Het is zelfs zo dat je met een wat scheve mond of ongelijke lippen prima kunt leren fluiten.

Nu is het wel zo dat je leerproces gemakkelijker is als je beschikt over normaal dunne lippen, maar niets hoeft je te weerhouden om aan de dwarsfluit te beginnen als je lippen niet aan dat ideaal voldoen.

Positionering van de lipplaat in het algemeen

Iedere gediplomeerd fluitleraar kan jou uitleggen hoe je de mondplaat van je instrument het beste positioneert ten opzichte van jouw onderlip. De precieze plek is per leerling verschillend en hangt af van de anatomie van je lippen en je gebit. En natuurlijk kan je fluitdocent je dan ook tegelijkertijd helpen met de vorm en de richting van je luchtstroom. Ook onder andere daardoor wordt namelijk de kwaliteit van je toon bepaald (en natuurlijk ook door de ademsteun, maar dat is weer een heel ander verhaal).

Veel belangrijker dan de vorm van de lippen is een juiste positionering van de lipplaat van je fluit tegen je onderlip. Dit is een kwestie van millimeterwerk.

Je fluitleraar is in staat te bepalen wat voor jou de beste plaatsing van het mondstuk is aan de hand van onder meer de vorm van je lippen, je gebit en je kaken.

Het kan zijn dat je voor jouw beste toon je instrument net iets verder of juist minder ver naar buiten moet draaien of dat je de fluit in een beetje andere hoek moet vasthouden.

Het avontuur van het samen met je muziekleraar op zoek gaan naar wat voor jou de beste positie van het mondstuk is, start meestal het positioneren van je dwarsfluit ergens boven de (rode) onderrand van je onderlip. Vaak gaat het om slechts enkele millimeters erboven.

Positionering van de lipplaat bij een afwijkende vorm van je lippen

Hieronder vind je tips voor de positionering van de lipplaat van je instrument.

Met zeer dunne lippen dwarsfluiten

Als je zeer dunne lippen hebt, probeer dan een wat groter deel van het mondgat van je dwarsfluit te bedekken door de lipplaat iets lager dan de rode onderrand van je onderlip te positioneren.

Met dikke lippen dwarsfluiten

Als je een extra dikke onderlip hebt, probeer dan eens een wat kleiner gedeelte van het mondgat van de fluit bedekken door de lipplaat iets hoger op de onderlip te plaatsen.

Met asymmetrische lippen dwarsfluiten

Als je bovenlip erg dik is in verhouding tot de onderlip of omgekeerd, kun je aan de hand van aanwijzingen van een goede dwarsfluitleraar over bijvoorbeeld de positie van je mondhoeken of onderkaak vaak toch komen tot een goede toonvorming op je instrument. Wel gaat het je waarschijnlijk meer tijd kosten dan andere fluitleerlingen om dit te bereiken.

Ook als je lippen links een wat andere vorm hebben dan rechts, dan hoeft de scheefheid van je lippen niet te verhinderen dat je fluit leert spelen, zolang je maar in staat bent om ergens tussen je lippen een gerichte luchtstroom te vormen (denk hierbij aan het blazen door een denkbeeldig rietje).

Met een druppelvormige bovenlip dwarsfluiten

Als je in het midden van je bovenlip een soort verdikking hebt hangen, hoeft dat geen probleem te vormen. Probeer de lipplaat van de dwarsfluit zover naar links of naar rechts te verplaatsen dat het midden van het mondgat van de fluit precies tegenover het midden van de natuurlijke opening tussen de boven- en onderlip terecht komt.

In elk geval hoeft de vorm van je lippen zelden een belemmering voor het leren dwarsfluiten te betekenen. Datzelfde geldt meestal ook voor de vorm of toestand van je gebit.

Ook ondanks een hazenlip kun je in sommige gevallen toch dwarsfluitist worden, mits je in staat bent de luchtstroom goed te richten. Overigens, als je graag een blaasinstrument wilt spelen, ligt in dit geval een klarinet of saxofoon wellicht wat meer voor de hand.

Een piercing door je lip of tong levert wel geregeld bepaalde problemen bij het fluit spelen.

In een aantal gevallen is het ook voor een ervaren en gediplomeerd dwarsfluitdocent niet altijd duidelijk of de vorm van je lippen problematisch is voor het leren dwarsfluiten. Dat hoeft geen belemmering te zijn om toch met dwarsfluiten te beginnen. Immers, je kunt vaak kiezen voor een enkele proefles of een reeks van vijf introductielessen. Je hoeft dan nog geen eigen fluit te hebben, want je krijgt die dan van de muziekschool in bruikleen. Op deze manier kun je samen met je docent uitzoeken of de dwarsfluit wel of niet echt iets voor je is, dan wel dat een ander muziekinstrument beter bij je past.

Een eerdere versie van dit artikel werd op 12 januari 2012 door de auteur, Manon Troppo, gepubliceerd op Infonu.nl onder de titel: ‘Zijn jouw lippen geschikt voor de dwarsfluit?’

Dossier dwarsfluit

Dit artikel maakt deel uit van het dossier dwarsfluit.

Bronnen